Navigator

Hiermee kunt u de Navigator weergeven of verbergen, u kunt vanuit de Navigator snel naar verschillende delen van uw document springen. De Navigator is ook beschikbaar in de Zijbalk. U kunt de Navigator ook gebruiken om elementen uit het huidige document of andere geopende documenten in te voegen en om hoofddocumenten te organiseren. Wilt u een item in de Navigator bewerken, klik er dan op met de rechtermuisknop en kies een opdracht in het contextmenu. U kunt de Navigator desgewenst vastzetten aan de rand van uw werkruimte.

Om toegang te krijgen tot deze functie..

Kies Beeld - Navigator.

Klik op de werkbalk Standaard op

Pictogram

Navigator


Om de Navigator te openen, kiest u Beeld - Navigator (F5). Versleep de titelbalk om de Navigator te verplaatsen. Om de Navigator vast te zetten, sleept u de titelbalk naar de linker-, rechter- of onderrand van de werkruimte. Om de Navigator los te koppelen, houdt u de Ctrl-toets ingedrukt en dubbelklikt u op een grijs gebied van de Navigator.

Klik op het plusteken (+) (of pijl) naast een categorie in de Navigator om de items in de categorie te zien. Om het aantal items in een categorie te zien, plaatst u uw muisaanwijzer op de categorie in de Navigator. Dubbelklik op het item in de Navigator om naar een item in het document te gaan.

Om naar het volgende of vorige item in een document te gaan, gebruikt u het vak Navigeren op om de itemcategorie te selecteren en klikt u vervolgens op de pijlen omhoog of omlaag.

Navigeren op

Gebruik het selectievak om te kiezen welk type item moet worden genavigeerd, wanneer u de knoppen Vorige en Volgende gebruikt.

Vorige

Spring naar het vorige item in het document, zoals gespecificeerd in Navigeren op.

Pictogram Vorige object

Vorig item

Volgende

Spring naar het volgende item in het document, zoals gespecificeerd in Navigeren op.

Pictogram Volgend object

Volgend item

Paginanummer

Typ het nummer van de pagina waarnaar u wilt springen en druk op Enter. Gebruik de draaiknoppen om te navigeren.

Eén categorie tonen

Schakelt tussen de weergave van alle categorieën in de Navigator en de geselecteerde categorie.

Contextmenu's gebruiken een selectie van opdrachten die u op deze helppagina vindt. De opdrachten in een contextmenu veranderen, afhankelijk van de categorie of het item dat is geselecteerd.

Pictogram Inhoud navigatoe-weergave

Inhoudsweergave in-/uitschakelen

Pictogram

Categorie

Contextmenu

Pictogram Koppen

Koppen

Invouwen/Alles uitbreiden, Overzicht naar klembord zenden, Zichtbaarheid overzichtsinhoud, Overzicht bijhouden, Overzichtsniveau

Kopitem

Invouwen/Alles uitbreiden, Ga naar, Selecteren, Verwijderen, Eén hoofdstuk omhoog, Eén hoofdstuk omlaag, Eén hoofdstuk omhoog, Eén hoofdstuk omlaag, Zichtbaarheid overzichtsinhoud, Overzicht bijhouden, Overzichtsniveau

Pictogram Tabellen

Tabellen

Tabelitems

Ga naar, Selecteren, Bewerken, Verwijderen, Hernoemen

Pictogram Frames

Frames

Pictogram Afbeeldingen

Afbeeldingen

Pictogram OLE-objecten

OLE-objecten

Pictogram Bladwijzers

Bladwijzers

Frames, Afbeeldingen, OLE-objecten, Bladwijzers

Ga naar, Bewerken, Verwijderen, Hernoemen

Pictogram Secties

Secties

Sectie-items

Ga naar, Selecteren, Bewerken, Hernoemen

Pictogram Hyperlinks

Hyperlinks

Hyperlinkitems

Ga naar, Bewerken, Verwijderen, Hernoemen

Pictogram Verwijzingen

Verwijzingen

Pictogram Indexen

Indexen

Verwijzingen, Indexitems

Ga naar

Pictogram Notities

Notities

Alles tonen, Alles verbergen, Alles verwijderen

Notitie-items

Ga naar, Bewerken, Verwijderen

Pictogram Tekenobjecten

Tekenobjecten

Tekenobjectitems

Ga naar, Verwijderen, Hernoemen

Alles

Sleepmodus, Weergeven


note

Een verborgen sectie in een document wordt grijs weergegeven in de Navigator en geeft de tekst "verborgen" weer wanneer u de muisaanwijzer erop laat rusten. Hetzelfde geldt voor de kop- en voettekstinhoud van pagina-opmaakprofielen, die niet in een document worden gebruikt, en verborgen inhoud in tabellen, frames, afbeeldingen, OLE-objecten en indexen.


Wissel naar modelweergave

Schakelt tussen modelweergave en normale weergave als er een hoofddocument openstaat.

Pictogram Diamodel wisselen

Wissel naar modelweergave

Koptekst

Verplaatst de cursor naar de koptekst, of van de koptekst naar het tekstgebied van het document.

Pictogram Koptekst

Koptekst

Voettekst

Verplaatst de cursor naar de voettekst, of van de voettekst naar het tekstgebied van het document.

Pictogram Voettekst

Voettekst

Anker<->Tekst

Springt tussen de tekst van de voetnoot en het anker van de voetnoot.

Pictogram Anker <-> Tekst

Anker<->Tekst

Herinnering instellen

Klik hier om een herinnering bij de huidige cursorpositie in te stellen. U kunt tot vijf herinneringen opgeven. Wilt u naar een herinnering springen, klik dan op het pictogram Navigatie, klik op het pictogram Herinnering in het venster Navigatie en vervolgens op de knop Vorige of Volgende.

Pictogram Herinnering instellen

Herinnering instellen

note

Herinneringen worden genavigeerd in de volgorde waarin ze zijn ingesteld. Herinneringen worden niet opgeslagen wanneer een document wordt gesloten.


Overzichtsniveau

Pictogram Overzichtsniveau

Overzichtsniveau

Klik op dit pictogram en kies dan het aantal overzichtsniveaus dat in de Navigator weergegeven moet worden. U kunt deze opdracht ook oproepen door met de rechtermuisknop op een kop in het Navigator-venster te klikken.

1-10

Klik op 1 om alleen de hoogste niveau koppen (hoofdstuk koppen) in het Navigator-venster te zien, en op 10 om alle koppen te zien.

Keuzelijst

Toont of verbergt de lijst van deNavigator.

Pictogram Keuzelijst aan/uit

Keuzelijst aan/uit

Eén niveau omhoog

Verhoogt het overzichtsniveau van de geselecteerde kop, en de koppen onder de kop, met één. Houd Ctrl ingedrukt en klik dan op dit pictogram om alleen het overzichtsniveau van de geselecteerde kop te verhogen.

Pictogram Eén niveau omhoog

Hoger niveau

Eén niveau omlaag

Verlaagt het overzichtsniveau van de geselecteerde kop, en de koppen onder de kop, met één. Houd Ctrl ingedrukt en klik dan op dit pictogram om alleen het overzichtsniveau van de geselecteerde kop te verlagen.

Pictogram Eén niveau omlaag

Lager niveau

Hoofstuk omhoog

Verplaatst de geselecteerde kop, en de tekst onder de kop, één koppositie naar boven in de Navigator en in het document. Wilt u alleen de geselecteerde kop verplaatsen en niet de tekst die bij de kop hoort, dan houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op dit pictogram.

Pictogram Hoofdstuk omhoog

Hoofdstuk hoger

Hoofdstuk omlaag

Verplaatst de geselecteerde kop, en de tekst onder de kop, één koppositie naar beneden in de Navigator en in het document. Wilt u alleen de geselecteerde kop verplaatsen en niet de tekst die bij de kop hoort, dan houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op dit pictogram.

Pictogrm Hoofdstuk omlaag

Hoofdstuk lager

tip

Als u de volgorde van koppen en hun bijbehorende tekst in uw document snel wilt wijzigen, selecteert u de categorie "Koppen" in de lijst en klikt u op het pictogram Inhoud tonen. U kunt nu via slepen en neerzetten de volgorde van inhoud wijzigen.


Sleepmodus

Stelt de opties in voor het slepen en neerzetten om items in te voegen van de Navigator naar een document, als een koppeling. Klik op dit pictogram en kies dan de optie die u wilt gebruiken.

Pictogram Sleepmodus

Sleepmodus

Als hyperlink invoegen

Maakt een hyperlink wanneer u een item via slepen en neerzetten in het huidige document plaatst. U kunt op de hyperlink klikken om naar het betreffende item te springen.

Als koppeling invoegen

Voegt het geselecteerde item dat u in het document hebt gesleept, als koppeling in. Tekst wordt als beveiligde secties ingevoegd. De inhoud van de koppeling wordt automatisch bijgewerkt wanneer de bron gewijzigd wordt. Kies Extra - Bijwerken - Koppelingen om de koppelingen in een document handmatig bij te werken. U kunt geen koppelingen voor afbeeldingen, OLE-objecten, verwijzingen en indices maken.

Als kopie invoegen

Voegt een kopie van het geselecteerde item in op de plaats waar u in het huidige document sleept en neerzet. U kunt kopieën van afbeeldingen, OLE-objecten, verwijzingen en indices niet slepen en neerzetten.

Documenten openen

Toont de namen van alle geopende tekstdocumenten. Wilt u de inhoud van een document in het Navigator-venster bekijken, dan selecteert u de naam van het document in de lijst. Het huidige document dat in de Navigator wordt weergegeven, wordt aangeduid met het woord "actief" na zijn naam in de lijst.

U kunt ook met de rechtermuisknop op een item in de Navigator klikken, Weergave kiezen en vervolgens op het document klikken dat u wilt bekijken.

Overzicht bijhouden

Stelt de modus voor het volgen van omtrekken in Navigator in. Deze functie is alleen van toepassing op overzichtsitems onder Koppen in het Inhoudsweergave frame van de Navigator. Om de modus te zien, in te schakelen of te wijzigen, klikt u met rechts op Koppen of een item onder Koppen en kiest u Overzicht bijhouden. De geselecteerde modus wordt op het hele document toegepast.

In de modus Standaard en Focus, selecteert de Navigator automatisch de dichtstbijzijnde kop vóór de huidige cursorpositie in het document.

In de modus Standaard wordt de weergave van overzichtsitems in Navigator nooit gewijzigd, alleen wordt een overzichtsitem geselecteerd.

In de modus Focus toont Navigator alleen de koppen voor het geselecteerde overzichtsniveau, relatief ten opzichte van het volgende hogere overzichtsniveau. Als bijvoorbeeld een kop van niveau 2 is geselecteerd, worden alle koppen van niveau 2 onder dezelfde kop van niveau 1 weergegeven, terwijl koppen van niveau 3-10 (onder dezelfde kop van niveau 1) worden samengevouwen. Andere koppen die niet onder dezelfde kop van niveau 1 vallen, zijn ook samengevouwen.

Kies Uit Om Overzicht bijhouden uit te schakelen.

Help ons, alstublieft!