De werkbalk Tekening bevat veelgebruikte functies voor bewerken. Klik op de pijl naast een pictogram om een palet met extra opdrachten te openen.
U kunt de werkbalk Tekening ook weergeven vanuit een tekstdocument of werkblad. De verzameling zichtbare pictogrammen kan enigszins verschillen, naar aanleiding van het huidige documenttype.
Selecteren
Als u een object op de huidige dia wilt selecteren, klikt u op het pictogram Selecteren (de witte pijl) op de werkbalk Tekening en klikt u vervolgens op het object.
U kunt meerdere objecten selecteren door Shift ingedrukt te houden terwijl u klikt.
Wilt u een object selecteren dat door een ander object wordt bedekt, dan houdt u OptieAlt ingedrukt en klikt u op het object. Als u het volgende onderliggende object in de stapel wilt selecteren, houdt u OptieAlt ingedrukt en klikt u nogmaals. Als u het eerder geselecteerde object opnieuw wilt selecteren, houdt u Shift + OptieAlt, ingedrukt en klikt u.
Als u tekst aan een object wilt toevoegen, dubbelklikt u op het object en typt of plakt u de tekst.
Als u een selectie wilt opheffen, klikt u terwijl de muisaanwijzer niet op het geselecteerde object staat, of drukt u op Escape.
Als u dubbelklikt op een hulpmiddel, kunt u dit voor meerdere taken gebruiken. Als u het hulpmiddel oproept met een enkele klik, wordt teruggekeerd naar de laatste selectie na voltooiing van de taak.
Met dit pictogram kunt u een rechte lijn trekken zonder geaccentueerde uiteinden. Houd terwijl u tekent de Shift-toets ingedrukt om de lijn tot 45° te beperken.
Tekent een gevulde rechthoek op de plaats waar u in het huidige document sleept. Klik waar u een hoek van de rechthoek wilt plaatsen, en sleep om de gewenste grootte te verkrijgen. Houd Shift ingedrukt terwijl u sleept om een vierkant te tekenen.
Tekent een gevulde ovaal in het huidige document. Klik waar u een ovaal wilt tekenen, en sleep om de gewenste grootte te verkrijgen. Houd Shift ingedrukt terwijl u sleept om een cirkel te tekenen.
Open het palet Lijnen en pijlen, waar u rechte lijnen, lijnen met pijlen en dimensielijnen kunt toevoegen aan de huidige dia of door de gestippelde balk aan de bovenzijde van het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Het pictogram Bogen en veelhoeken op de werkbalk Tekening opent het palet Bogen en veelhoeken, van waaruit u bogen en vormen aan de huidige dia kunt toevoegen. Door de gestippelde balk aan de bovenzijde van het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Open het palet Verbindingen, waarmee u verbindingen kunt toevoegen aan objecten in de huidige dia. Een verbinding is een lijn die objecten aan elkaar koppelt en die aan de objecten bevestigd blijft wanneer ze worden verplaatst. Als u een object met een verbinding kopieert, wordt de verbinding ook gekopieerd. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Opent het palet Basisvormen die u kunt gebruiken om basisvormen in uw document in te voegen. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Opent het palet Symboolvormen vanwaaruit u symboolvormen in uw document kunt invoegen. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Opent het palet Blokpijlen van waaruit u blokpijlen in uw document kunt invoegen. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Opent het palet Stroomschema’s van waaruit u stroomschema’s in uw document kunt invoegen. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Opent het palet Toelichtingsvormen van waaruit u toelichtingsvormen in uw document kunt invoegen. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Opent het palet Sterren en banners vanwaaruit u sterren en banners in uw document kunt invoegen. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Opent het palet 3D-objecten. De objecten zijn driedimensionaal, met diepte, verlichting en reflectie. Elk ingevoegd object vormt aanvankelijk een 3D-weergave. U kunt op F3 drukken om de weergave binnen te gaan. Voor deze 3D-objecten kunt u het dialoogvenster 3D-effecten openen (met rechts op een 3D-object klikken en 3D effecten selecteren) om de eigenschappen te bewerken. Door de gestippelde balk boven aan het palet te verslepen kunt u van het palet een zwevende werkbalk maken.
Verdeelt drie of meer geselecteerde objecten gelijkmatig langs de horizontale as of de verticale as. U kunt de afstand tussen objecten ook gelijkmatig verdelen.
Selectie verdelen
Schaduw
Voegt een schaduw aan het geselecteerde object toe. Als het object al een schaduw heeft, wordt de schaduw verwijderd. Als u op dit pictogram klikt wanneer er geen object is geselecteerd, wordt de schaduw toegevoegd aan het volgende object dat u tekent.
Dit pictogram op een palet filters, die op de geselecteerde afbeelding gebruikt kan worden. Door het palet te verslepen kan een zwevende werkbalk worden gemaakt.