LibreOffice 26.2 Help
Hiermee kunt u de vorm, richting of vulling van geselecteerde object(en) wijzigen.
Kies .
Klik op de pijl naast het pictogram Transformaties op de balk Standaard.
Transformaties
Hiermee kunt u één of meer geselecteerde 2D-objecten rond een draaipunt draaien of scheeftrekken. Sleep een hoekhandvat van het object in de richting waarin u het object wilt draaien. Als u een object wilt scheeftrekken, sleept u een handvat in het midden van het object in de gewenste richting.
Elke dia heeft slechts één draaipunt. Als u op een object dubbelklikt, wordt het draaipunt in het midden van dit object geplaatst. U kunt het draaipunt ook naar een nieuwe locatie op het scherm slepen en het object vervolgens draaien.
Als u een groep met een 3D-object selecteert, wordt alleen het 3D-object gedraaid. U kunt een 3D-object niet scheeftrekken, maar u kunt het wel draaien ten opzichte van de X-as en de Y-as door de middelste handvatten te verslepen.
Draaien
Hiermee kunt u één of meer geselecteerde objecten spiegelen ten opzichte van de spiegelas, die u naar elke gewenste positie op de dia kunt slepen. U spiegelt een object door één van de handvatten van het object naar de andere kant van de spiegelas te slepen. Als u de richting van de spiegelas wilt wijzigen, sleept u één van de eindpunten van de as naar een andere positie.
Spiegelen
Hiermee kunt u één of meer geselecteerde 2D-objecten omzetten in 3D door ze te draaien ten opzichte van een symmetrieas.
Sleep de symmetrieas naar een andere plaats om de vorm van het geconverteerde object te wijzigen. Als u de richting van de symmetrieas wilt wijzigen, versleept u één van de eindpunten van de as. Klik op het object om het in 3D om te zetten.
In 3D-draaiobject
Hiermee vervormt u het geselecteerde object door het rond denkbeeldige cirkels te wikkelen en vervolgens perspectief toe te voegen. Versleep een handvat van het geselecteerde object om het te vervormen. Als het geselecteerde object geen veelhoek of Bézier- boog is, wordt u gevraagd het object in een boog om te zetten voordat u het kunt vervormen.
Op cirkel zetten (perspectivisch)
Hiermee vervormt u het geselecteerde object door het rond denkbeeldige cirkels te wikkelen. Versleep een handvat van het geselecteerde object om het te vervormen. Als het geselecteerde object geen veelhoek of Bézier- boog is, wordt u gevraagd het object in een boog om te zetten voordat u het kunt vervormen.
Op cirkel zetten (schuintrekken)
Hiermee kunt u de handvatten van het geselecteerde object verslepen om de objectvorm te veranderen. Als het geselecteerde object geen veelhoek of Bézier-boog is, wordt u gevraagd het object in een boog om te zetten voordat u het kunt vervormen.
Vervormen
Hiermee kunt u een transparantieovergang op het geselecteerde object toepassen. De transparantielijn vertegenwoordigt een grijstintenschaal, waarbij de zwart handvat correspondeert met 0% transparantie en de wit handvat met 100% transparantie.
Sleep de witte hendel om de richting van het transparantieverloop te wijzigen. Sleep de zwarte hendel om de lengte van het verloop te wijzigen. U kunt ook kleuren slepen en neerzetten op de handvatten vanuit de om hun grijstinten te wijzigen.
Om de weer te geven, Kies .
Transparantie
Wijzigt de kleurverloopvulling van het geselecteerde object. Deze opdracht is alleen beschikbaar als u een verloop hebt toegepast op het geselecteerde object in . Sleep de handvatten van de kleurverlooplijn om de richting van het kleurverloop of de lengte van het kleurverloop te wijzigen . U kunt ook kleuren slepen en neerzetten op de handvatten vanuit de om de kleur van de eindpunten van het kleurverloop te wijzigen.
Om het weer te geven, kies .
Kleurovergang