Gegevens

Op het tabblad Gegevens kunt u een gegevensbron aan het geselecteerde besturingselement toewijzen.

Om toegang te krijgen tot deze functie..

Open het contextmenu van een geselecteerd formulierelement - kies het tabblad Eigenschappen van besturingselement - Gegevens.

Open de werkbalk Formulierontwerp en klik op het pictogram Besturngselement, tabblad - Gegevens.


Notitiepictogram

De gekoppelde database wordt voor formulieren met databasekoppelingen in deFormuliereigenschappen gedefinieerd. U kunt de functies hiervoor op het tabblad Gegevens vinden.


De mogelijke instellingen van het tabblad Gegevens van een besturingselement zijn afhankelijk van het respectievelijke besturingselement. U ziet alleen de opties die voor het huidige besturingselement en de huidige context beschikbaar zijn.
De volgende velden zijn beschikbaar:

Bronbereik cel

Voer een celbereik in dat de items voor een keuzelijst of keuzevak in een werkblad bevat. Als u een bereik met meerdere kolommen invoert, wordt alleen de inhoud van de meest linkse kolom gebruikt om het besturingselement te vullen.

Contents of the linked cell

Selecteer de modus om een keuzelijst te koppelen aan een gekoppelde cel in een werkblad.

  1. Gekoppelde inhoud: Synchroniseer de tekstinhoud van het geselecteerde item in de keuzelijst met de celinhoud. Selecteer "Het geselecteerde item".

  2. Positie van gekoppelde selectie: De positie van het geselecteerde item in de keuzelijst wordt met de numerieke waarde in de cel gesynchroniseerd. Selecteer 'Positie van het geselecteerde item'.

Filtervoorstel

Tijdens het ontwerpen van uw formulier kunt u de eigenschap "Filtervoorstel" instellen voor elk tekstvak op het tabblad Gegevens van het overeenkomstige dialoogvenster Eigenschappen. Bij volgende zoekopdrachten in de filtermodus kunt u uit alle informatie in deze velden selecteren. De veldinhoud kan vervolgens worden geselecteerd met de functie AutoAanvullen. Houd er echter rekening mee dat deze functie een grotere hoeveelheid geheugenruimte en -tijd vereist, vooral bij gebruik in grote databases, en daarom spaarzaam moet worden gebruikt.

Gebonden veld

Notitiepictogram

Als u de inhoud van de cel Gebonden veld in het eigenschappenvenster verwijdert, wordt het eerste veld van de resultatenset gebruikt om gegevens weer te geven en uit te wisselen.


Deze eigenschap voor keuzelijsten definieert welk gegevensveld van een gekoppelde tabel in het formulier wordt weergegeven.

Als een keuzelijst in het formulier inhoud moet weergeven van een tabel die aan de formuliertabel is gekoppeld, definieert u in het veld Type Lijstinhoud of de weergave door een SQL-opdracht wordt bepaald of dat de (gekoppelde) tabel wordt opgeroepen. Met de eigenschap Gebonden veld gebruikt u een index om te specificeren aan welk gegevensveld van de query of van de tabel het lijstveld wordt gekoppeld.

Notitiepictogram

De eigenschap Gebonden veld is alleen van toepassing op formulieren die worden gebruikt om toegang tot meerdere tabellen te krijgen. Als het formulier slechts op één tabel is gebaseerd, wordt het veld dat in het formulier moet worden weergegeven, direct onder Gegevensveld gespecificeerd. Als u echter wilt dat de keuzelijst gegevens weergeeft uit een tabel die via een gemeenschappelijk gegevensveld aan de huidige tabel is gekoppeld, wordt het gekoppelde gegevensveld door de eigenschap Gebonden veld gedefinieerd.


Als u 'SQL' onder Type lijstinhoud hebt geselecteerd, bepaalt de SQL-opdracht welke index er moet worden gespecificeerd. Voorbeeld: Als u bijvoorbeeld de SQL-opdracht SELECT Veld1, Veld2 FROM tabelnaam onder Lijstinhoud specificeert, dient u de volgende tabel te raadplegen:

Gebonden veld

Koppelen

-1

De index van het in de lijst geselecteerde item is gekoppeld aan het veld onder Gegevensveld.

{leeg} of 0

Het databaseveld Veld1 is gekoppeld aan het veld dat onder Gegevensveld is gespecificeerd.

1

Het databaseveld Veld2 is gekoppeld aan het veld dat onder Gegevensveld is gespecificeerd.


Als u 'Tabel' onder Type lijstinhoud hebt geselecteerd, definieert de tabelstructuur de index die moet worden gespecificeerd. Voorbeeld: Als er een databasetabel is geselecteerd onder Lijstinhoud, raadpleegt u de volgende tabel:

Gebonden veld

Koppelen

-1

De index van het in de lijst geselecteerde item is gekoppeld aan het veld onder Gegevensveld.

{leeg} of 0

De eerste kolom van de tabel wordt aan het veld gekoppeld dat onder Gegevensveld is gespecificeerd.

1

De tweede kolom van de tabel wordt aan het veld gekoppeld dat onder Gegevensveld is gespecificeerd.

2

De derde kolom van de tabel wordt aan het veld gekoppeld dat onder Gegevensveld is gespecificeerd.


Gegevensveld

Met databaseformulieren kunt u besturingselementen koppelen aan de gegevensvelden.

U hebt verschillende mogelijkheden:

  1. Eerste geval: Er is slechts één tabel in het formulier.

    Specificeer onder Gegevensveld het veld van de gegevensbrontabel waarvan u de inhoud wilt weergeven.

  2. Tweede geval: het besturingselement hoort bij een subformulier dat door een SQL-query is gemaakt.

    Specificeer onder Gegevensveld het veld van de SQL-instructie waarvan u de inhoud wilt weergeven.

  1. Derde geval: Keuzelijsten met invoervak

    Voor keuzelijsten met invoervak wordt het veld van de gegevensbrontabel waarin de waarden moeten worden opgeslagen die door de gebruiker zijn ingevoerd of geselecteerd, onder Gegevensveld gespecificeerd. De waarden die in de keuzelijst met invoervak worden weergegeven, zijn op een SQL-instructie gebaseerd die onder Lijstinhoud is ingevoerd.

  2. Vierde geval: Keuzelijsten

    De gegevensbrontabel bevat niet de weer te geven gegevens, maar in plaats daarvan een tabel die via een gemeenschappelijk gegevensveld aan de gegevensbrontabel is gekoppeld.

    Als u wilt dat een keuzelijst gegevens weergeeft uit een databasetabel die via een gemeenschappelijk gegevensveld is gekoppeld aan de tabel waarop het formulier is gebaseerd, dient u het koppelingsveld van de formuliertabel onder Gegevensveld te specificeren. U kunt ook het databaseveld specificeren dat de weergave van de gegevens in het formulier beheert. Dit gegevensveld biedt de koppeling naar de andere tabel als beide tabellen via een gemeenschappelijk gegevensveld kunnen worden gekoppeld. Het is gewoonlijk een gegevensveld waarin unieke identificatiegetallen worden opgeslagen. Het gegevensveld waarvan de inhoud in het formulier wordt weergegeven, wordt door een SQL-instructie onder Lijstinhoud gespecificeerd.

Keuzelijsten werken met verwijzingen. Deze kunnen met gekoppelde tabellen door SQL-instructies (vierde geval) of via waardenlijsten worden geïmplementeerd:

Verwijzingen via gekoppelde tabellen (SQL-instructies)

Als u wilt dat een keuzelijst gegevens weergeeft uit een databasetabel die via een gemeenschappelijk gegevensveld is gekoppeld aan de tabel waarop het formulier is gebaseerd, dient u het koppelingsveld van de formuliertabel onder Gegevensveld te specificeren.

De koppeling wordt met een SQL Select-instructie gemaakt die als u 'SQL' of 'Native SQL' hebt geselecteerd, wordt gespecificeerd onder Type lijstinhoud in het veld Lijstinhoud. Bijvoorbeeld: Een tabel Bestellingen is aan het huidige formulierbesturingselement gekoppeld, en in de database is de tabel Klanten aan die tabel Bestellingen gekoppeld. U kunt een SQL-instructie als volgt gebruiken:

SELECT KlantNaam, KlantNr FROM Klanten.

waar 'KlantNaam' het gegevensveld is uit de gekoppelde tabel Klanten, en 'KlantNr' het veld uit de tabel Klanten die aan het veld van de formuliertabel Bestellingen is gekoppeld die onder Gegevensveld wordt gespecificeerd.

Verwijzingen met behulp van waardenlijsten

Voor keuzelijsten kunt u waardenlijsten gebruiken. Waardenlijsten zijn lijsten die referentiewaarden definiëren. Op deze manier geeft het besturingselement in het formulier niet direct de inhoud van een databaseveld weer, maar in plaats daarvan de waarden die in de waardenlijst zijn toegewezen.

Als u met referentiewaarden van een waardenlijst werkt, is de inhoud van het gegevensveld dat u onder Gegevensveld in het formulier hebt gespecificeerd, niet zichtbaar, maar de toegekende waarden wel. Als u 'Waardenlijst' op het tabblad Gegevens onder Type lijstinhoud kiest en u hebt een referentiewaarde toegewezen aan de zichtbare lijstitems in het formulier onder Items in lijst (ingevoerd op het tabblad Algemeen), dan worden de referentiewaarden met de gegevensinhoud van het opgegeven gegevensveld vergeleken. Als een referentiewaarde overeenkomt met de inhoud van een gegevensveld worden de bijbehorende lijstitems in het formulier getoond.

Gekoppelde cel

Specificeert de verwijzing naar een gekoppelde cel in een werkblad. De live status of inhoud van het besturingselement is gekoppeld aan de celinhoud. De volgende tabellen geven een overzicht van de besturingselementen en hun corresponderende koppelingstype:

Keuzevakje met gekoppelde cel

Actie

Resultaat

Selecteer het keuzevak:

In de gekoppelde cel wordt WAAR ingevoerd.

Deselecteer het keuzevak:

In de gekoppelde cel wordt ONWAAR ingevoerd.

Het keuzevakje met drie statussen is op de onbepaalde status ingesteld:

In de gekoppelde cel wordt #NV ingevoerd.

Voer een getal in of een formule die een getal in de gekoppelde cel retourneert:

Als de ingevoerde waarde WAAR of niet 0 is: Keuzevakje wordt geselecteerd.
Als ingevoerde waarde ONWAAR of 0 is: Keuzevakje wordt uitgeschakeld.

Wis de gekoppelde cel of voer tekst in of voer een formule in die tekst of een fout retourneert:

Keuzevakje wordt ingesteld op de onbepaalde status als het een vakje met drie statussen is, anders wordt de selectie ervan opgeheven.

Selecteer het vak. Het vak Referentiewaarde bevat tekst:

De tekst uit het vak Referentiewaarde wordt naar de cel gekopieerd.

Deselecteer het vak. Het vak Referentiewaarde bevat tekst:

Er wordt een lege tekenreeks naar de cel gekopieerd.

Het vak Referentiewaarde bevat tekst. Voer dezelfde tekst in de cel in.

Het keuzevakje wordt geselecteerd.

Het vak Referentiewaarde bevat tekst. Voer een andere tekst in de cel in:

Het keuzevakje wordt uitgeschakeld.


Keuzerondje met gekoppelde cel

Actie

Resultaat

Selecteer het keuzerondje:

In de gekoppelde cel wordt WAAR ingevoerd.

Het keuzerondje wordt gedeactiveerd door het selecteren van een ander keuzerondje:

In de gekoppelde cel wordt ONWAAR ingevoerd.

Voer een getal in of een formule die een getal in de gekoppelde cel retourneert:

Als de ingevoerde waarde WAAR of niet 0 is: Het keuzerondje wordt geselecteerd.
Als ingevoerde waarde ONWAAR of 0 is: keuzerondje wordt uitgeschakeld.

Wis de gekoppelde cel of voer tekst in of voer een formule in die tekst of een fout retourneert:

Keuzerondje wordt uitgeschakeld.

Klik op de keuzerondje. Het vak Referentiewaarde bevat tekst.

De tekst uit het vak Referentiewaarde wordt naar de cel gekopieerd.

Klik op een ander keuzerondje in dezelfde groep. Het vak Referentiewaarde bevat tekst:

Er wordt een lege tekenreeks naar de cel gekopieerd.

Het vak Referentiewaarde bevat tekst. Voer dezelfde tekst in de cel in.

Het keuzerondje wordt geselecteerd.

Het vak Referentiewaarde bevat tekst. Voer een andere tekst in de cel in:

Het keuzerondje wordt gewist.


Tekstvak met gekoppelde cel

Actie

Resultaat

Voer tekst in het tekstvak in:

Tekst wordt naar de gekoppelde cel gekopieerd.

Wis het tekstvak:

Gekoppelde cel wordt gewist.

Voer tekst of een getal in de gekoppelde cel in:

Tekst of getal wordt naar het tekstvak gekopieerd.

Voer een formule in de gekoppelde cel in:

Formuleresultaat wordt naar het tekstvak gekopieerd.

Wis de gekoppelde cel:

Tekstvak wordt gewist.


Numeriek veld en opgemaakt veld met gekoppelde cel

Actie

Resultaat

Voer een getal in het veld in:

Getal wordt naar de gekoppelde cel gekopieerd.

Wis het veld:

Waarde 0 wordt in de gekoppelde cel ingesteld.

Voer een getal in of een formule die een getal in de gekoppelde cel retourneert:

Getal wordt naar de gekoppelde cel gekopieerd.

Wis de gekoppelde cel of voer tekst in of voer een formule in die tekst of een fout retourneert:

De waarde 0 is ingesteld in het veld.


Keuzelijst met gekoppelde cel

Keuzelijsten ondersteunen twee verschillende koppelingsmodi (zie de eigenschap 'Inhoud van de gekoppelde cel').

  1. Gekoppelde inhoud: Synchroniseer de tekstinhoud van het geselecteerde item in de keuzelijst met de celinhoud.

  2. Positie van gekoppelde selectie: De positie van het geselecteerde item in de keuzelijst wordt met de numerieke waarde in de cel gesynchroniseerd.

Actie

Resultaat

Selecteer één lijstitem:

Inhoud wordt gekoppeld: Tekst van het item wordt naar de gekoppelde cel gekopieerd.

Selectie wordt gekoppeld: Positie van het geselecteerde item wordt naar de gekoppelde cel gekopieerd.
Als bijvoorbeeld het derde item geselecteerd is, wordt het getal 3 gekopieerd.

Selecteer verschillende lijstitems:

In de gekoppelde cel wordt #NV ingevoerd.

Hef de selectie van alle lijstitems op:

Inhoud wordt gekoppeld: Gekoppelde cel wordt gewist:

Selectie wordt gekoppeld: Waarde 0 wordt in de gekoppelde cel ingevoerd.

Voer tekst of een getal in de gekoppelde cel in:

Inhoud wordt gekoppeld: Zoek en selecteer een gelijk lijstitem.

Selectie wordt gekoppeld: Het lijstitem op de gespecificeerde positie (beginnende met 1 voor het eerste item) wordt geselecteerd. Indien dit niet wordt gevonden, wordt de selectie van alle items opgeheven.

Voer een formule in de gekoppelde cel in:

Zoek en selecteer een lijstitem dat met het formuleresultaat en de koppelingsmodus overeenkomt.

Wis de gekoppelde cel:

Hef de selectie van alle items in de keuzelijst op.

Wijzig de inhoud van het bronbereik van de lijst:

Items in de keuzelijst worden aan de hand van de wijziging bijgewerkt. De selectie blijft behouden. Dit kan ertoe leiden dat de gekoppelde cel wordt bijgewerkt.


Keuzelijst met invoervak met gekoppelde cel

Actie

Resultaat

Voer tekst in het bewerkingsveld van de keuzelijst met invoervak in of selecteer een item in de vervolgkeuzelijst:

Tekst wordt naar de gekoppelde cel gekopieerd.

Wis het bewerkingsveld van de keuzelijst met invoervak:

Gekoppelde cel wordt gewist.

Voer tekst of een getal in de gekoppelde cel in:

Tekst of getal wordt naar het invoervak van de keuzelijst gekopieerd.

Voer een formule in de gekoppelde cel in:

Formuleresultaat wordt naar het invoervak van de keuzelijst gekopieerd.

Wis de gekoppelde cel:

Wis het bewerkingsveld van de keuzelijst met invoervak.

Wijzig de inhoud van het bronbereik van de lijst:

Items in de vervolgkeuzelijst worden aan de hand van de wijziging bijgewerkt. Het invoervak van de keuzelijst en de gekoppelde cel worden niet gewijzigd.


Lege tekenreeks is NULL

Bepaalt hoe een lege tekenreeks-invoer moet worden afgehandeld. Indien ingesteld op "Ja", zal een tekenreeks met lengte nul worden behandeld als een waarde NULL. Indien ingesteld op "Nee", wordt elke invoer behandeld zoals deze is zonder enige conversie.

Een lege tekenreeks is een tekenreeks met de lengte nul (""). Normaal gesproken is de waarde NULL niet hetzelfde als een lege tekenreeks. In het algemeen wordt de term NULL gebruikt om een niet-gedefinieerde waarde, een onbekende waarde, of "er werd nog geen waarde ingevoerd" aan te duiden.

Database-systemen variëren en zij zouden de waarde NULL verschillend kunnen afhandelen. Kijk in de documentatie van de database die u gebruikt.

Lijstinhoud

Specificeert bij databaseformulieren de gegevensbron voor de lijstinhoud van het formulierelement. Dit veld kan worden gebruikt om een invoerlijst te definiëren voor documenten zonder databaseverbinding.

De gegevensbron bepaalt in het geval van databaseformulieren de items van de keuzelijst of van de keuzelijst met invoervak. Afhankelijk van het geselecteerde type kunt u onder Lijstinhoud tussen verschillende gegevensbronnen kiezen, mits deze objecten in uw database bestaan. Alle beschikbare databaseobjecten van het type dat onder Type lijstinhoud is geselecteerd, worden hier aangeboden. Als u de optie 'Waardenlijst' als het type hebt geselecteerd, kunt u verwijzingen voor databaseformulieren gebruiken. Als de weergave van het besturingselement door een SQL-opdracht wordt bestuurd, wordt de SQL-instructie hier ingevoerd.

Voorbeelden van SQL-instructies:

Voor keuzelijsten kan een SQL-instructie de volgende vorm hebben:

SELECT veld1, veld2 FROM tabel,

'tabel' is hier de tabel waarvan de gegevens in de lijst van het besturingselement (lijsttabel) worden getoond. 'veld1' is het gegevensveld dat de zichtbare items in het formulier definieert; de inhoud ervan wordt in de keuzelijst weergegeven. 'veld2' is het veld uit de lijsttabel dat aan de formuliertabel (waardentabel) is gekoppeld door het veld dat onder Gegevensveld is gespecificeerd als Gebonden veld = 1 is geselecteerd.

Voor keuzelijsten met invoervak kan een SQL-instructie de volgende vorm hebben:

SELECT DISTINCT veld FROM tabel,

'veld' is hier een gegevensveld uit de lijsttabel 'tabel' waarvan de inhoud in de keuzelijst met invoervak wordt weergegeven.

Waardenlijsten voor HTML-documenten

Voor HTML-formulieren kunt u een waardenlijst onder Lijstinhoud invoeren. Selecteer de optie Waardenlijst onder Type lijstinhoud. De hier ingevoerde waarden zijn niet zichtbaar in het formulier en worden gebruikt om waarden aan de zichtbare items toe te wijzen. De items die onder Lijstinhoud zijn gemaakt, komen overeen met de HTML-tag <OPTION VALUE=...>.

In de gegevensoverdracht van een geselecteerd item uit een keuzelijst of keuzelijst met invoervak wordt rekening gehouden met de lijst met waarden die in het formulier is weergegeven en die op het tabblad Algemeen onder Items in lijst is ingevoerd, en de waardenlijst die op het tabblad Gegevens onder Lijstinhoud is ingevoerd: Als er zich (niet-lege) tekst bij de geselecteerde positie in de waardenlijst (<OPTION VALUE=...>) bevindt, wordt deze overgedragen. Anders wordt de tekst die in het besturingselement (<OPTION>) wordt weergegeven, verzonden.

Als de waardenlijst een lege tekenreeks bevat, voert u de waarde $$$empty$$$ onder Lijstinhoud op de overeenkomstige positie in (let op kleine/hoofdletters). LibreOffice interpreteert deze invoer als een lege tekenreeks en wijst deze aan het respectievelijke lijstitem toe.

De volgende tabel toont de verbindingen tussen HTML, JavaScript en het LibreOffice-veld Lijstinhoud via een voorbeeldkeuzelijst genaamd 'ListBox1'. In dit geval verwijst 'Item' naar een lijstitem dat in het formulier zichtbaar is:

HTML-tag

JavaScript

Invoer in waardenlijst van het besturingselement (Lijstinhoud)

Verzonden zal worden...

<OPTION>Item

Niet mogelijk

""

het zichtbare lijstitem ("ListBox1=Item")

<OPTION VALUE="Value">Item

ListBox1.options[0].value="Waarde"

"Waarde"

De waarde die aan het lijstitem is toegewezen ('ListBox1=Waarde').

<OPTION VALUE="">Item

ListBox1.options[0].value=""

"$$$empty$$$"

Een lege tekenreeks ("ListBox1=")


Referentiewaarde (aan)

U kunt deze toewijzen een referentiewaarde voor keuzerondjes en selectievakjes. De referentiewaarde wordt bij het verzenden van het webformulier naar een server gestuurd, bij databaseformulieren wordt de hier ingevoerde waarde weggeschreven in de database die aan het controleveld is toegewezen.

Referentiewaarden voor webformulieren

Referentiewaarden zijn nuttig als u een webformulier ontwerpt en de informatie over de status van het besturingselement naar een server moet worden verstuurd. Als de gebruiker op het besturingselement klikt, wordt de overeenkomstige referentiewaarde naar de server verzonden.

Als u bijvoorbeeld twee velden van besturingselementen hebt voor de opties 'vrouwelijk' en 'mannelijk' en een referentiewaarde toekent van 1 aan het veld 'vrouwelijk' en de waarde 2 aan het veld 'mannelijk', wordt de waarde 1 naar de server verzonden als een gebruiker op het veld 'vrouwelijk' klikt en de waarde 2 als op er op het veld 'mannelijk' wordt geklikt.

Referentiewaarden voor databaseformulieren

Voor databaseformulieren kunt u ook de status van een keuzerondje of selectieveld karakteriseren door een referentiewaarde, die u in de database opslaat. Als u een verzameling van drie opties hebt, bijvoorbeeld "in behandeling", "voltooid" en "gecontroleerd", met de respectievelijke referentiewaarden "Doen", "Klaar" en "OK", verschijnen deze referentiewaarden in de database als op de respectievelijke optie wordt geklikt.

Referentiewaarde (uit)

Selectievakjes en keuzerondjes in werkbladen kunnen aan cellen in het huidige document gebonden worden. Als het besturingselement ingeschakeld is, wordt de waarde die u in Referentiewaarde (aan) invoert, naar de cel gekopieerd. Als het besturingselement uitgeschakeld is, wordt de waarde die u in Referentiewaarde (uit) invoert, naar de cel gekopieerd.

Type lijstinhoud

Bepaalt de gegevens om de lijsten in lijst- en keuzelijsten met invoervakken te vullen.

Met de optie Waardenlijst verschijnen alle items die u in het veld Lijstitems van het tabblad Algemeen hebt ingevoerd in het besturingselement. U kunt voor databaseformulieren referentiewaarden gebruiken (zie de sectie Verwijzingen met behulp van waardenlijsten).

Als de inhoud van het besturingselement via een database wordt gelezen, kunt u het type van de gegevensbron met de andere opties bepalen. U kunt hier bijvoorbeeld tussen tabellen en query's kiezen.

Help ons, alstublieft!