LibreOffice 26.2 Help
Voegt nummering of opsommingstekens toe aan de huidige alinea of aan geselecteerde alinea's en laat u de opmaak van de nummering of opsommingstekens bewerken.
Kies Opmaak - Lijsten opmaken.
Kies Lijst - Lijsten opmaken.
Kies Tekst - klik lang op pictogrammen voor opsommingstekens, nummering en overzicht, kies Aanpassen.
Kies Start - klik lang op pictogrammen voor Ongeordende lijst, Geordende lijst of Overzichtsindeling en kies Aanpassen.
In het menu Start van het tabblad Start, kies Lijsten opmaken.
Plaats de cursor op een kop en klik op het gedeelte Sectie of objectinformatie.
Lijsten opmaken
Klik lang op het pictogram Ongeordende lijst of Geordende lijst en selecteer Aanpassen.
In een geselecteerde tekst, kies Opmaak - Lijsten opmaken.
Kies, in een geselecteerde tekst, Lijsten opmaken.
In het tabblad TekstStart, klik lang op Geordende lijst of Ongeordende lijst en selecteer Aanpassen.
Lijsten opmaken
Klik lang op het pictogram Ongeordende lijst of Geordende lijst en selecteer Aanpassen.
Klik, in het gedeelte Lijsten van het paneel Eigenschappen, lang op de Geordende of Ongeordende lijst en selecteer Aanpassen.
In een geselecteerde tekst, kies Opmaak - Lijsten opmaken.
Kies, in een geselecteerde tekst, Lijsten opmaken.
In het tabblad TekstStart, klik lang op Geordende lijst of Ongeordende lijst en selecteer Aanpassen.
Lijsten opmaken
Klik lang op het pictogram Ongeordende lijst of Geordende lijst en selecteer Aanpassen.
Klik, in het gedeelte Lijsten van het paneel Eigenschappen, lang op de Geordende of Ongeordende lijst en selecteer Aanpassen.
Het dialoogvenster Lijsten opmaken bevat de volgende tabbladen:
Geeft de verschillende indelingen weer die u op een hiërarchische lijst kunt toepassen. LibreOffice ondersteunt maximaal negen overzichtsniveaus in een lijsthiërarchie.
Geeft de verschillende afbeeldingen weer die u als opsommingstekens kunt gebruiken in een ongeordende lijst.
Opties voor inspringen, spatiëring en uitlijning instellen voor nummeringssymbolen, zoals cijfers of opsommingstekens, voor geordende en ongeordende lijsten.
Stelt de opmaakopties in voor geordende of ongeordende lijsten. Als u wilt, kunt u opmaak toepassen op afzonderlijke niveaus in de lijsthiërarchie.
Verwijdert de nummering of opsommingstekens uit de huidige alinea of uit de geselecteerde alinea's.
Selecteer de niveaus die u wilt wijzigen. Selecteer “1-10” om de opties op alle niveaus toe te passen.
Selecteer het type lijst. Ongeordende lijst, lijst met grafische tekens of geordende lijst met een nummeringsschema naar keuze.
Selecteer het teken voor een ongeordende lijst.
Voor geordende lijsten, selecteer de waarde van het eerste item van de lijst.
Selecteer de kleur van de tekens voor geordende lijsten en ongeordende lijsten. Kleur is niet van toepassing op lijsten met grafische opsommingstekens.
Stel voor geordende lijsten de tekst in die voor en na het nummeringsschema moet worden weergegeven.
Voer de tekst in die vóór de nummering moet worden weergegeven.
Voer de tekst in die na de nummering moet worden weergegeven.
Stel de grootte van het teken en de grafische opsommingstekens in met betrekking tot de tekengrootte van de alinea.
Voer de breedte van het grafische opsommingsteken in.
Voer de hoogte van het grafische opsommingsteken in.
Voor ongeordende lijsten en geordende lijsten stelt u de relatieve grootte van het lijstteken in. De relatieve grootte is ook van toepassing op de tekst Voor en Na.
Voer de afstand in vanaf de linkerrand van het bevattende object tot het begin van alle regels in de lijst.
Voer de breedte van het lijstelement in of selecteer deze.
De gecombineerde totale lengte van Ervoor, Erna en de nummeringstekens kan de breedte-instelling overschrijven.
Ten opzichte van het bovenste lijstniveau. De ingevoerde waarde wordt opgeteld bij die van dit veld in het voorgaande niveau. Als "Inspringing: 20 mm" op lijstniveau 1 en "Inspringing: 10 mm relatief" op lijstniveau 2 resulteert in een effectieve inspringing van 30 mm voor niveau 2.
Selecteer de uitlijning van de geordende inhoud van de lijstnummering binnen de lijst Breedte-instelling.
Selecteer de niveaus die u wilt wijzigen. Selecteer “1-10” om de opties op alle niveaus toe te passen.
Selecteer het type lijst. Ongeordende lijst, lijst met grafische tekens of geordende lijst met een nummeringsschema naar keuze.
Selecteer het teken voor een ongeordende lijst.
Voor geordende lijsten, selecteer de waarde van het eerste item van de lijst.
Selecteer de kleur van de tekens voor geordende lijsten en ongeordende lijsten. Kleur is niet van toepassing op lijsten met grafische opsommingstekens.
Stel voor geordende lijsten de tekst in die voor en na het nummeringsschema moet worden weergegeven.
Voer de tekst in die vóór de nummering moet worden weergegeven.
Voer de tekst in die na de nummering moet worden weergegeven.
Stel de grootte van het teken en de grafische opsommingstekens in met betrekking tot de tekengrootte van de alinea.
Voer de breedte van het grafische opsommingsteken in.
Voer de hoogte van het grafische opsommingsteken in.
Voor ongeordende lijsten en geordende lijsten stelt u de relatieve grootte van het lijstteken in. De relatieve grootte is ook van toepassing op de tekst Voor en Na.
Voer de afstand in vanaf de linkerrand van het bevattende object tot het begin van alle regels in de lijst.
Voer de breedte van het lijstelement in of selecteer deze.
De gecombineerde totale lengte van Ervoor, Erna en de nummeringstekens kan de breedte-instelling overschrijven.
Ten opzichte van het bovenste lijstniveau. De ingevoerde waarde wordt opgeteld bij die van dit veld in het voorgaande niveau. Als "Inspringing: 20 mm" op lijstniveau 1 en "Inspringing: 10 mm relatief" op lijstniveau 2 resulteert in een effectieve inspringing van 30 mm voor niveau 2.
Selecteer de uitlijning van de geordende inhoud van de lijstnummering binnen de lijst Breedte-instelling.
Klik op de knop Help om de helppagina te openen die is gekoppeld aan het momenteel geopende dialoogvenster.
Herstelt de wijzigingen in het huidige tabblad die van toepassing waren toen dit dialoogvenster werd geopend. Wanneer u het dialoogvenster sluit, verschijnt geen bevestigingsvenster.
Als u op Annuleren klikt, wordt het dialoogvenster gesloten zonder dat de wijzigingen worden opgeslagen.
