LibreOffice 26.2 Help
Stel de opmaakopties in voor de geselecteerde lijn of voor de lijn die u wilt tekenen. U kunt ook pijlpunten toevoegen aan de lijn of diagramsymbolen wijzigen.
Selecteer de lijnstijl die u wilt gebruiken.
Selecteer een kleur voor de lijn.
Selecteer de dikte van de lijn. U kunt een maateenheid toevoegen. Een lijndikte van nul resulteert in een haarlijn met een dikte van één pixel van het uitvoermedium.
Voer de transparantie voor de lijn in, waar 100% overeenkomt met volledig transparant en 0% met niet-transparant.
U kunt pijlpunten toevoegen aan één einde of aan beide einden van de geselecteerde lijn. Als u een eigen pijlstijl aan de lijst wilt toevoegen, selecteert u de pijl in het document en klikt u vervolgens op het tabblad Pijlstijlen in dit dialoogvenster.
Selecteer de pijlpunt die u op de geselecteerde lijn wilt toepassen.
Voer een dikte in voor de pijlpunt.
Plaatst het middelpunt van de pijlpunten op de eindpunten van de geselecteerde lijn.
Werkt beide pijlpuntinstellingen automatisch bij wanneer u een andere breedte invoert, een andere pijlpuntstijl selecteert of een pijlpunt centreert.
Kies de vorm die moet worden gebruikt op de hoeken van een lijn. Bij een kleine hoek tussen lijnen, wordt een verstekhoeken vervangen door een afgeschuinde vorm.
Kies de stijl van de eindkappen van een lijn . De kappen worden ook toegevoegd aan de binnenstreepjes.