LibreOffice 26.2 Help
Op deze pagina van de Assistent Diagram kunt u het bronbereik van alle gegevensreeksen afzonderlijk wijzigen, inclusief hun labels. U kunt ook het bereik van de categorieƫn en de eigenschappen van de categorieƫn, zoals kleuren, wijzigen. U kunt eerst het gegevensbereik selecteren op de blad Gegevensbereik en vervolgens onnodige gegevensreeksen verwijderen of gegevensreeksen uit andere cellen toevoegen.
Als er op deze pagina teveel opties aanwezig lijken te zijn, definieer dan alleen het gegevensbereik op de pagina Gegevensbereik van de Assistent Diagram en sla deze pagina over.
Dit dialoogvenster is alleen beschikbaar voor diagrammen die gebaseerd zijn op een Calc- of Writer-tabel.
In de keuzelijst Gegevensreeksen ziet u een lijst van alle gegevensreeksen in het huidige diagram.
Selecteer een item in de lijst om gegevensreeksen te beheren.
Klik op Toevoegen om een andere gegevensreeks onder het geselecteerde item toe te voegen. De nieuwe gegevensreeks heeft hetzelfde type als het geselecteerde item.
Klik op Verwijderen om het geselecteerde item uit de lijst met gegevensreeksen te verwijderen.
Gebruik de pijlknoppen Omhoog en Omlaag om het geselecteerde item in de lijst omhoog of omlaag te verplaatsen. Dit wijzigt de volgorde in de tabel met brongegevens niet, maar wijzigt alleen de schikking in het diagram.
Klik op een item in de lijst om de eigenschappen voor dat item weer te geven en te bewerken.
In de keuzelijst Gegevensbereiken ziet u de namen en celbereiken van de componenten van de gegevensreeks.
Klik op een item en bewerk dan de inhoud in het tekstvak daaronder.
Het label naast het tekstvak vermeldt de huidige geselecteerde reeks.
Voer een bereik in of klik op het pictogram Selecteer gegevensreeks om het dialoogvenster te minimaliseren en het bereik met de muis te selecteren.
Als u een gegevensbereik van meerdere celbereiken wilt die niet aaneengeschakeld zijn, voer dan het eerste bereik in, dan handmatig een puntkomma aan het einde van het tekstvak, voer vervolgens de andere bereiken in. Gebruik een puntkomma als scheidingsteken tussen de bereiken.
Het bereik van een gegevensnaam, zoals Y-waardes, mag geen kopcel bevatten.
Selecteer of voer een celbereik in dat gebruikt zal worden als tekst voor de categorie- of gegevenslabels.
Afhankelijk van het diagramtype worden de teksten getoond op de X-as of als gegevenslabels.
Elk categorie-item kan een opvulkleur en een randkleur hebben.
U kunt de eigenschappen van de opvulkleur en randkleur van de categorieƫn bewerken. De kleuren worden gedefinieerd door een celbereik met dezelfde grootte als het categoriebereik.
De kleurwaardes worden uitgedrukt door hun rode, groene en blauwe componenten (RGB), gecombineerd door de functie KLEUR().
Gegevensbereiken voor randkleur en opvulling kunnen alleen worden opgegeven voor kolom-, staaf-, cirkel-, bellen- en kolom- en lijndiagrammen.
Klik op het item Opvulkleur in de lijst.
Voer in het vak Bereik voor opvulkleur de celbereiken van de waardes voor de opvulkleur van de categorieƫn in.
Klik op het item Randkleur in de lijst.
Voer in het vak Bereik voor randkleur de celbereiken van de randkleurwaardes van de categorieƫn in.
