Blad beveiligen

Beveiligd de cellen in het huidige blad tegen wijziging.

Kies Extra - Blad beveiligen om het dialoogvenster Blad beveiligen te openen, waarin u vervolgens bladbeveiliging met of zonder wachtwoord specificeert en de elementen van het blad selecteert die u wilt beveiligen.

Om toegang te krijgen tot deze functie..

Kies Extra - Blad beveiligen.

Kies Bewerken - Celbeveiliging om bladbeveiliging te activeren met de huidige instellingen voor celbeveiliging.


warning

Wilt u cellen tegen verdere bewerking beveiligen, dan moet u het keuzevakje Beveiligd selecteren via Opmaak - Cellen - Celbeveiliging tabblad of via het contextmenu Cellen opmaken.


Beveilig dit werkblad en de inhoud van de beveiligde cellen

Schakel dit selectievakje in om de beveiliging van de blad- en celinhoud te activeren.

Wachtwoord / Bevestigen

Hiermee kunt u een wachtwoord invoeren om het blad te beveiligen tegen ongeoorloofde wijzigingen. Bevestig het wachtwoord dat in het eerste vak is ingevoerd.

Sta alle gebruikers van dit blad toe om:

Selecteer de elementen die u wilt beschermen tegen gebruikersacties:

Onbeveiligde cellen of celbereiken kunnen op een beveiligd blad ingesteld worden via de menu's Extra - Blad beveiligen en Opmaak - Cellen - Celbeveiliging:

  1. Selecteer de cellen die niet beschermd zullen worden

  2. Selecteer Opmaak - Cellen - Celbeveiliging. Hef de selectie van het vakje Beveiligd op en klik op OK.

  3. Activeer beveiliging voor het blad via Extra - Blad beveiligen. Dit wordt onmiddellijk van kracht, alleen het celbereik dat u in stap 1 geselecteerd hebt, kan bewerkt worden.

Om een onbeveiligd gebied later te wijzigen in een beveiligd gebied:

  1. Selecteer het celbereik dat wordt beveiligd.

  2. Vink op het tabblad Opmaak - Cellen - Celbeveiliging het vakje Beveiligd aan.

  3. Kies het menu Extra - Blad beveiligen. Het voorheen bewerkbare bereik is nu beveiligd.

Beveiliging van bladen beïnvloedt ook het contextmenu van de tabbladen onder in het venster. De opdrachten Verwijderen en Naam wijzigen kunnen niet geselecteerd worden.

Als een blad beveiligd is, kunt u celopmaakprofielen niet meer wijzigen of verwijderen.

Een beveiligd blad of celbereik kan niet meer worden gewijzigd totdat deze beveiliging is uitgeschakeld, met uitzondering van de instellingen voor kolommen en rij van het dialoogvenster Extra - Blad beveiligen. Om de beveiliging uit te schakelen, kiest u de opdracht Extra - Blad beveiligen. Als er geen wachtwoord is ingesteld, wordt de bladbeveiliging onmiddellijk uitgeschakeld. Als het blad met een wachtwoord was beveiligd, wordt het dialoogvenster Beveiliging verwijderen geopend, waar u het wachtwoord moet invoeren.

Zijn beveiligde bladen eenmaal opgeslagen, dan kunnen ze voortaan alleen opnieuw opgeslagen worden via de opdracht Bestand - Opslaan als.

note

Volledige beveiliging van uw werk kan bereikt worden door het combineren van de opties Extra - Blad beveiligen en Extra - Werkblad beveiligen, samen met wachtwoordbeveiliging. Selecteer, om te voorkomen dat het document geopend wordt, in het dialoogvenster Opslaan het selectievak Met wachtwoord opslaan voordat op het pictogram Opslaan wordt geklikt.


Help ons, alstublieft!