Financiële functies, deel twee

From LibreOffice Help
Jump to: navigation, search

Invoegen - Functie - Categorie Financieel

Terug naar Financiële functies - deel één

Verder naar financiële functies. deel drie

REND.VERVAL

Berekent het jaarrendement van een waardepapier, waarvan de rente op de vervaldatum wordt uitbetaald.

Syntaxis

REND.VERVAL(Aankoopdatum; Vervaldatum; Uitgifte; Rente; Prijs; Basis)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Uitgifte is de datum van uitgifte van het waardepapier.

Koers is de rentekoers van het waardepapier op de uitgiftedatum.

Prijs is de prijs (aankoopprijs) van het waardepapier per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Basis (optioneel) wordt gekozen uit een lijst met opties en geeft aan hoe het jaar moet worden berekend.

Basis Berekening
0 of ontbreekt Amerikaanse methode (NASD), 12 maanden van elk 30 dagen
1 Exact aantal dagen in maanden, exact aantal dagen in jaar
2 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 360 dagen
3 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 365 dagen
4 Europese methode, 12 maanden van elk 30 dagen

Voorbeeld

Een waardepapier is gekocht op 15-3-1999. Het vervalt op 3-11-1999. De uitgiftedatum was 8-11-1998. Het rentepercentage is 6,25%, de koers is 100,0123 eenheden. De basis is 0. Hoe hoog is het rendement?

=REND.VERVAL("15-03-1999"; "03-11-19993"; "08-11-1998"; 0,0625; 100,0123; 0) geeft 0,060954 of 6,0954 procent terug.

REND.DISCONTO

Berekent het jaarrendement van een niet-rentedragend waardepapier.

Syntaxis

REND.DISCONTO(Aankoopdatum; Vervaldatum; Prijs; Aflossingswaarde; Basis)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Prijs is de prijs (aankoopprijs) van het waardepapier per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Aflossingswaarde is de aflossingswaarde per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Basis (optioneel) wordt gekozen uit een lijst met opties en geeft aan hoe het jaar moet worden berekend.

Basis Berekening
0 of ontbreekt Amerikaanse methode (NASD), 12 maanden van elk 30 dagen
1 Exact aantal dagen in maanden, exact aantal dagen in jaar
2 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 360 dagen
3 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 365 dagen
4 Europese methode, 12 maanden van elk 30 dagen

Voorbeeld

Een niet-rentedragend waardepapier is gekocht op 15-2-1999. Het vervalt op 1-3-1999. De koers is 99,795 valutaeenheden per 100 eenheden van gelijke waarde, de aflossingswaarde is 100 eenheden. De basis is 2. Hoe hoog is het rendement?

=REND.DISCONTO("15-02-1999"; "01-03-1999"; 99,795; 100; 2) geeft 0,052823 of 5,2823 procent terug.

RENDEMENT

Berekent het rendement van een waardepapier.

Syntaxis

RENDEMENT(Aankoopdatum; Vervaldatum; Koers; Prijs; Aflossingswaarde; Frequentie; Basis)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Koers is de jaarlijkse rentekoers.

Prijs is de prijs (aankoopprijs) van het waardepapier per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Aflossingswaarde is de aflossingswaarde per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Frequentie is het aantal rentebetalingen per jaar (1, 2 of 4).

Basis (optioneel) wordt gekozen uit een lijst met opties en geeft aan hoe het jaar moet worden berekend.

Basis Berekening
0 of ontbreekt Amerikaanse methode (NASD), 12 maanden van elk 30 dagen
1 Exact aantal dagen in maanden, exact aantal dagen in jaar
2 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 360 dagen
3 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 365 dagen
4 Europese methode, 12 maanden van elk 30 dagen

Voorbeeld

Een waardepapier is gekocht op 15-2-1999. Het vervalt op 15-11-2007. Het rentepercentage is 5,75%. De koers is 95,04287 valutaeenheden per 100 eenheden van gelijke waarde, de aflossingswaarde is 100 eenheden. Rente wordt halfjaarlijks betaald (frequentie = 2) en de basis is 0. Hoe hoog is het rendement?

=RENDEMENT("15-02-1999"; "15-11-2007"; 0,0575 ;95,04287; 100; 2; 0) geeft 0,065 of 6,50 procent.

SCHATK.REND

Berekent het rendement van een schatkistpapier.

Syntaxis

SCHATK.REND(Aankoopdatum; Vervaldatum; Prijs)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Prijs is de prijs van de schatkistobligatie per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Voorbeeld

Stortingsdatum: 31 maart 1999, vervaldatum: 1 juni 1999, prijs: 98,45 valutaeenheden.

Het rendement van de staatsobligatie wordt als volgt uitgewerkt:

=SCHATK.REND("31-03-1999";"01-06-1999"; 98,45) geeft 0,091417 of 9,1417 procent.

SCHATK.PRIJS

Berekent de prijs van een schatkistpapier per 100 valuta-eenheden.

Syntaxis

SCHATK.PRIJS(Aankoopdatum; Vervaldatum; Korting))

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Korting is het kortingspercentage bij het verkrijgen van het waardepapier.

Voorbeeld

Stortingsdatum: 31 maart 1999, vervaldatum: 1 juni 1999, korting: 9 procent.

De koers van de staatsobligatie wordt als volgt uitgewerkt:

=SCHATK.PRIJS("31-03-1999";"01-06-1999"; 0,09) geeft 98,45 terug.

SCHATKIST.OBL

Berekent het jaarlijkse rendement op een schatkistpapier. Een schatkistpapier wordt aangeschaft op de aankoopdatum en verkocht tegen de volledige nominale waarde op de vervaldatum, die in hetzelfde jaar moet vallen. Er wordt een korting van de inkoopprijs afgetrokken.

Syntaxis

SCHATKIST.OBL(Aankoopdatum; Vervaldatum; Korting))

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Korting is het kortingspercentage bij het verkrijgen van het waardepapier.

Voorbeeld

Stortingsdatum: 31 maart 1999, vervaldatum: 1 juni 1999, korting: 9,14 procent.

De opbrengst van de staatsobligatie of overeenkomstig waardepapier wordt als volgt uitgewerkt:

=SCHATKIST.OBL("31-03-1999";"01-06-1999"; 0,0914) geeft 0,094151 of 9,4151 procent terug.

LIN.AFSCHR

Geeft als resultaat de lineaire afschrijving van een bezit in de loop van één periode. Het bedrag van de afschrijving verandert niet gedurende de afschrijvingsperiode.

Syntaxis

LIN.AFSCHR(Kosten; Restwaarde; Levensduur)

Aanschafwaarde is de aanschafprijs van een goed.

Restwaarde is de waarde van een goed aan het eind van de afschrijving.

Levensduur is de afschrijvingsperiode die het aantal perioden bepaalt voor de afschrijving van het goed.

Voorbeeld

Kantooruitrusting met een aanvangswaarde van 50.000 valutaeenheden moet worden afgeschreven in 7 jaar. De waarde aan het einde van de afschrijving wordt geschat op 3.500 valutaeenheden.

=LIN.AFSCHR(50000;3,500;84) = 553,57 valutaeenheden. De periodieke maandelijkse afschrijving voor de kantoorartikelen is 553,57 valutaeenheden.

PRIJS.VERVALDAG

Berekent de prijs per nominale waarde van 100 valuta-eenheden van een waardepapier waarbij op de vervaldatum rente wordt uitbetaald.

Syntaxis

PRIJS.VERVALDAG(Aankoopdatum; Vervaldatum; Uitgifte; Koers; Opbrengst; Basis)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Uitgifte is de datum van uitgifte van het waardepapier.

Koers is de rentekoers van het waardepapier op de uitgiftedatum.

Opbrengst is de jaarlijkse opbrengst van het waardepapier.

Basis (optioneel) wordt gekozen uit een lijst met opties en geeft aan hoe het jaar moet worden berekend.

Basis Berekening
0 of ontbreekt Amerikaanse methode (NASD), 12 maanden van elk 30 dagen
1 Exact aantal dagen in maanden, exact aantal dagen in jaar
2 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 360 dagen
3 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 365 dagen
4 Europese methode, 12 maanden van elk 30 dagen

Voorbeeld

Stortingsdatum: 15 Februari 1999, vervaldatum: 13 April 1999, uitgiftedatum: 11 November 1998. Rentepercentage: 6,1 procent, rendement: 6,1 procent, basis: 30/360 = 0.

De koers wordt als volgt berekend:

=PRIJS.VERVALDAG("15-02-1999";"13-04-1999";"11-11-1998"; 0,061; 0,061;0) geeft 99,98449888 terug.

PRIJS.DISCONTO

Berekent de prijs per nominale waarde van 100 valuta-eenheden van een niet-rentedragend waardepapier.

Syntaxis

PRIJS.DISCONTO(Aankoopdatum; Vervaldatum;Korting; Aflossingswaarde; Basis)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Korting is de korting op een waardepapier als een percentage.

Aflossingswaarde is de aflossingswaarde per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Basis (optioneel) wordt gekozen uit een lijst met opties en geeft aan hoe het jaar moet worden berekend.

Basis Berekening
0 of ontbreekt Amerikaanse methode (NASD), 12 maanden van elk 30 dagen
1 Exact aantal dagen in maanden, exact aantal dagen in jaar
2 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 360 dagen
3 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 365 dagen
4 Europese methode, 12 maanden van elk 30 dagen

Voorbeeld

Een waardepapier is gekocht op 15-2-1999; de vervaldatum is 1-3-1999. Kortingspercentage is 5,25%. De aflossingswaarde is 100. Berekend op basis 2 is de kortingsprijs als volgt:

=PRIJS.DISCONTO("15-02-1999"; "01-03-1999"; 0,0525; 100; 2) geeft 99,79583 terug.

PRIJS.NOM

Berekent de marktwaarde van een obligatie in jaren met een nominale waarde van 100 valuta-eenheden als een functie van het voorspelde rendement.

Syntaxis

PRIJS.NOM(Aankoopdatum; Vervaldatum; Rentepercentage; Opbrengst; Aflossingswaarde; Frequentie; Basis)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Koers is de jaarlijkse nominale rentekoers (coupon rentekoers)

Opbrengst is de jaarlijkse opbrengst van het waardepapier.

Aflossingswaarde is de aflossingswaarde per 100 valutaeenheden van gelijke waarde.

Frequentie is het aantal rentebetalingen per jaar (1, 2 of 4).

Basis (optioneel) wordt gekozen uit een lijst met opties en geeft aan hoe het jaar moet worden berekend.

Basis Berekening
0 of ontbreekt Amerikaanse methode (NASD), 12 maanden van elk 30 dagen
1 Exact aantal dagen in maanden, exact aantal dagen in jaar
2 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 360 dagen
3 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 365 dagen
4 Europese methode, 12 maanden van elk 30 dagen

Voorbeeld

Een waardepapier is gekocht op 15-2-1999; de vervaldatum is 15-11-2007. Het nominale rentepercentage is 5,75%. Het rendement is 6,5%. De aflossingswaarde is 100 valutaeenheden. Rente wordt halfjaarlijks betaald (frequentie is 2). Bij berekening op basis 0 is de prijs als volgt:

=PRIJS.NOM("15-02-1999"; "15-11-2007"; 0,0575; 0,065; 100; 2; 0) geeft 95,04287 terug.

PBET

Berekent het af te lossen bedrag voor een investering met regelmatige betalingen en een vast rentepercentage.

Syntaxis

PBET(Koers; Periode; NPer; HW; TW; Type)

Rente is het periodieke rentepercentage.

Periode is de periode waarover wordt afgeschreven. P = 1 voor de eerste en P = NPer voor de laatste periode.

NPer is het totale aantal perioden gedurende welke terugkerende betalingen worden verricht.

HW is de huidige waarde in de reeks van betalingen.

TW(optioneel) is de gewenste (toekomstige) waarde.

Type (optioneel) definieert de einddatum. V = 1 voor betaling aan het begin van een periode en V = 0 voor betaling aan het einde van een periode.

In de functies van LibreOffice Calc kunnen 'optionele' parameters alleen weggelaten worden wanneer er geen parameter volgt. In een functie met vier parameters waarvan de laatste twee als 'optioneel' gemarkeerd zijn, kunt u bijvoorbeeld parameter 4 of parameter 3 en 4 weglaten, maar niet alleen parameter 3.

Voorbeeld

Hoe hoog is de periodieke betaling bij een rentepercentage van 8,75% over een periode van 3 jaar? De contante geldswaarde is 5000 valutaeenheden. Het moet altijd worden betaald aan het begin van een periode. De toekomstige waarde is 8000 valutaeenheden.

=PBET(8,75%/12;1;36;5000;8000;1) = -350,99 valutaeenheden.

RMB

Geeft als resultaat de periodieke betaling voor een annuïteit met constant rentepercentage.

Syntaxis

RMB(Koers; NPer; HW; TW; Type)

Rente is het periodieke rentepercentage.

NPer is het totale aantal perioden gedurende welke terugkerende betalingen worden verricht.

HW is de contante geldwaarde op dit moment in een reeks van betalingen.

TW (optioneel) is de gewenste waarde (toekomstige waarde) aan het einde van de periodieke betalingen.

Type (optioneel) is de betaaldatum voor de periodieke betalingen. Type=1 is betaling aan het begin en Type=0 is betaling aan het einde van elke periode.

In de functies van LibreOffice Calc kunnen 'optionele' parameters alleen weggelaten worden wanneer er geen parameter volgt. In een functie met vier parameters waarvan de laatste twee als 'optioneel' gemarkeerd zijn, kunt u bijvoorbeeld parameter 4 of parameter 3 en 4 weglaten, maar niet alleen parameter 3.

Voorbeeld

Wat zijn de periodieke betalingen bij een rentepercentage van 1,99% als de betalingsperiode 3 jaar is en de contante geldswaarde 25000 valutaeenheden is. Er zijn 36 maanden als 36 betalingsperioden, en de rentekoers per betalingsperiode is 1.99%/12.

=RMB(1,99%/12;36;25000) = -715,96 valutaeenheden. De periodieke maandelijkse betaling is daarom 715,96 valuateenheden.

NHW

Returns the present value of an investment based on a series of periodic cash flows and a discount rate. To get the net present value, subtract the cost of the project (the initial cash flow at time zero) from the returned value.

If the payments take place at irregular intervals, use the XNPV function.

Syntaxis

NHW(Koers;Waarde 1; Waarde 2;...)

Koers is de kortingskoers voor een periode.

Getal1;... zijn maximaal 30 waarden die de stortingen en opnames vertegenwoordigen.

Voorbeeld

Wat is de netto huidige waarde van periodieke betalingen van 10, 20 en 30 valuta-eenheden met een discontovoet van 8,75%? Op tijdstip nul werden de kosten als -40 valuta-eenheden betaald.

=NHW(8,75%;10;20;30) = 49,43 valutaeenheden. De netto huidige waarde is de eindwaarde minus de initiële kosten van 40 valutaeenheden en daarom 9,43 valutaeenheden.

NOMINALE.RENTE_ADD

Berekent de jaarlijkse nominale rentevoet op basis van de effectieve rente en het aantal rentebetalingen per jaar.

Note.png De functies waarvan de namen eindigen op _ADD of Excel2003 leveren dezelfde resultaten op als de overeenkomende functies in Microsoft Excel 2003. Gebruik de functies zonder toevoeging om resultaten te verkrijgen die op internationale standaarden gebaseerd zijn.

Syntaxis

NOMINALE.RENTE_ADD(EffectieveRente; NPerJ)

EffectieveRente is de effectieve jaarlijkse rentekoers.

NPerJis het aantal rentebetalingen per jaar.

Voorbeeld

Wat is het nominale rentepercentage voor een 5,3543% effectief rentepercentage en betaling per kwartaal.

=NOMINALE.RENTE_ADD(5,3543%;4) geeft 0,0525 of 5,25% terug.

NOMINALE.RENTE

Berekent het jaarlijkse nominale rentepercentage, bij gegeven effectieve rente en het aantal rentetermijnen per jaar.

Syntaxis

NOMINALE.RENTE(EffectieveRente; NPerJ)

EffectieveKoers is de effectieve rentekoers

NPerJis het aantal periodieke rentebetalingen per jaar.

Voorbeeld

Wat is de nominale rente per jaar bij een effectief rentepercentage van 13,5% als twaalf betalingen per jaar worden gedaan.

=NOMINALE.RENTE(13,5%;12) = 12,73%. De nominale rentekoers per jaar is 12,73%.

QIR

Berekent de gemodificeerde interne rentevoet in een reeks investeringen.

Syntaxis

QIR(Waarden; Investering; HerinvesteringsKoers)

Waarden correspondeert met de matrix of de celverwijzing voor cellen waarvan de inhoud overeenkomt met de betalingen.

Investering is de rentekoers van de investeringen (de negatieve waarden van de matrix)

HerinvesteringsKoers: de rentekoers van de herinvestering (de positieve waarden van de matrix)

Voorbeeld

Aannemende dat de celinhoud van A1 = -5, A2 = 10, A3 = 15 en A4 = 8 is en een investeringswaarde van 0,5 en een herinvesteringswaarde van 0,1, is het resultaat 94,16%.

AANG.DUUR

Berekent de gewijzigde Macauley-looptijd van een obligatie in jaren.

Syntaxis

AANG.DUUR(Aankoopdatum; Vervaldatum; Coupon; Opbrengst; Frequentie; Basis)

Aankoopdatum is de datum van aankoop van het waardepapier.

Vervaldatum is de datum waarop het waardepapier afloopt (verloopt).

Koers is de jaarlijkse nominale rentekoers (coupon rentekoers).

Opbrengst is de jaarlijkse opbrengst van het waardepapier.

Frequentie is het aantal rentebetalingen per jaar (1, 2 of 4).

Basis (optioneel) wordt gekozen uit een lijst met opties en geeft aan hoe het jaar moet worden berekend.

Basis Berekening
0 of ontbreekt Amerikaanse methode (NASD), 12 maanden van elk 30 dagen
1 Exact aantal dagen in maanden, exact aantal dagen in jaar
2 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 360 dagen
3 Exact aantal dagen in maand, jaar heeft 365 dagen
4 Europese methode, 12 maanden van elk 30 dagen

Voorbeeld

Een waardepapier is gekocht op 1-1-2001; de vervaldatum is 1-1-2006. Het nominale rentepercentage is 8%. Het rendement is 9,0%. Rente wordt halfjaarlijks betaald (frequentie is 2). Wat is de gewijzigde looptijd volgens de dagelijkse balansrente berekening (basis 3)?

=AANG.DUUR("01-01-2001"; "01-01-2006"; 0,08; 0,09; 2; 3) geeft 4,02 jaren terug.

DUUR

DUUR is een bij de financieële wiskunde behorende functie. Berekent het aantal termijnen dat nodig is om een investering met periodieke rentebetalingen een gewenste waarde te laten bereiken.

Syntaxis

DUUR(Koers; HW; TW)

Koers is een constante. De rentekoers moet worden berekend over de gehele looptijd (duurperiode). De rentekoers per periode wordt berekend door de rentekoers te delen door de berekende looptijd. De interne koers voor een vaste uitkering op jaarbasis moet worden ingevoerd als Koers/12.

HW is de tegenwoordige (huidige) waarde. De contante waarde is de storting van contanten of de huidige contante waarde in een andere vorm. Als stortingswaarde moet een positieve waarde worden ingevoerd; de storting mag niet 0 of <0 zijn.

TW is de verwachte waarde. De toekomstige waarde bepaalt de gewenste (toekomstige) waarde van de storting.

Voorbeeld

Bij een rentepercentage van 4,75%, een contante geldswaarde van 25000 valutaeenheden en een toekomstige waarde van 1000000 valutaeenheden wordt een looptijd van 79,49 betalingstermijnen berekend. De periodieke betaling is het resulterende quotient van de toekomstige waarde en de looptijd, d.w.z. 1000000/79,49=12850,20.

BEDRAG.BR

Converteert een notering die als een decimaal getal is gegeven, naar een gemengde decimale breuk.

Syntaxis

BEDRAG.BR(DecimaalDollar; Noemer)

DecimaalDollar is een decimaal getal.

Noemer is een geheel getal dat wordt gebruikt als de noemer van de decimale breuk.

Voorbeeld

=BEDRAG.BR(1,125;16) converteert naar zestienden. Het resultaat is 1,02 voor 1 plus 2/16.

=BEDRAG.BR(1,125;8) converteert naar achtsten. Het resultaat is 1,1 voor 1 plus 1/8.

BEDRAG.DE

Converteert een notering die als een decimale breuk is gegeven, naar een decimaal getal.

Syntaxis

BEDRAG.DE(BreukDollar; Noemer)

BreukDollar is een als een decimale breuk opgegeven getal.

Noemer is een geheel getal dat wordt gebruikt als de noemer van de decimale breuk.

Voorbeeld

=BEDRAG.DE(1,02;16) staat voor 1 en 2/16e. Dit geeft 1,125 terug.

=BEDRAG.DE(1,1;8) staat voor 1 en 1/8e. Dit geeft 1,125 terug.

CUM.HOOFDSOM_ADD

Berekent de cumulatieve aflossing van een lening binnen een periode.

Note.png De functies waarvan de namen eindigen op _ADD of Excel2003 leveren dezelfde resultaten op als de overeenkomende functies in Microsoft Excel 2003. Gebruik de functies zonder toevoeging om resultaten te verkrijgen die op internationale standaarden gebaseerd zijn.

Syntaxis

CUM.RENTE_ADD((Koers; NPer; HW; Startperiode; Eindperiode; Type)

Koers is de rentekoers voor elke periode.

NPer is het totale aantal betalingsperioden. De koers en NPER moeten verwijzen naar dezelfde eenheid en dus kunnen beide jaarlijks of maandelijks berekend worden.

HW is de huidige waarde.

StartPeriode is de eerste betalingsperiode voor de berekening.

EindPeriode is de laatste betalingsperiode voor de berekening.

Type is de betaaldatum van de betaling aan het einde van elke periode (Type = 0) of aan het begin van de periode (Type = 1).

Voorbeeld

De volgende hypotheek wordt genomen op een huis:

Rente: 9,00 procent per jaar (9% / 12 = 0,0075 per maand), Tijdsduur: 30 jaar (betalingstermijnen = 30 * 12 = 360 maanden), NHW: 125000 valutaeenheden.

Hoeveel zult u moeten terugbetalen in het tweede jaar van de hypotheek (dus van termijn 13 t/m 24)?

=CUM.HOOFDSOM_ADD(0,0075;360;125000;13;24;0) geeft -934,1071 terug.

In de eerste maand zult u het volgende bedrag terugbetalen:

=CUM.HOOFDSOM_ADD(0,0075;360;125000;1;1;0) geeft -68,27827 terug.

CUM.HOOFDSOM

Berekent het cumulatieve kapitaal dat in een investeringsperiode met vast rentepercentage wordt terugbetaald.

Syntaxis

CUM.RENTE_ADD(Koers; NPer; HW; S; E; Type)

Rente is het periodieke rentepercentage.

NPer is de betalingsperiode met het totale aantal perioden. APER kan ook een niet-geheel getal-waarde zijn.

HW is de huidige waarde in de reeks van betalingen.

S is de eerste periode.

E is de laatste periode.

Type is de vervaldatum van de betaling aan het begin of einde van elke periode.

Voorbeeld

Wat zijn de afbetalingsbedragen als het rentepercentage 5,5% is gedurende 36 termijnen. De contante geldswaarde is 15000 valutaeenheden. Het afbetalingsbedrag wordt berekend tussen de 10e en 18e periode. Betaling vindt plaats aan het eind van de termijn.

=CUM.RENTE_ADD(5,5%/12;36;15000;10;18;0) = -3669,74 valutaeenheden. Het aflossingsbedrag tussen de 10e en 18e periode is 3669,74 valutaeenheden.

CUM.RENTE_ADD

Berekent de geaccumuleerde rente voor een periode.

Note.png De functies waarvan de namen eindigen op _ADD of Excel2003 leveren dezelfde resultaten op als de overeenkomende functies in Microsoft Excel 2003. Gebruik de functies zonder toevoeging om resultaten te verkrijgen die op internationale standaarden gebaseerd zijn.

Syntaxis

CUM.HOOFDSOM_ADD(Koers; NPer; HW; Startperiode;Eindperiode; Type)

Koers is de rentekoers voor elke periode.

NPer is het totale aantal betalingsperioden. De koers en NPER moeten verwijzen naar dezelfde eenheid en dus kunnen beide jaarlijks of maandelijks berekend worden.

HW is de huidige waarde.

StartPeriode is de eerste betalingsperiode voor de berekening.

EindPeriode is de laatste betalingsperiode voor de berekening.

Type is de betaaldatum van de betaling aan het einde van elke periode (Type = 0) of aan het begin van de periode (Type = 1).

Voorbeeld

De volgende hypotheek wordt genomen op een huis:

Rente: 9,00 procent per jaar (9% / 12 = 0,0075 per maand), Tijdsduur: 30 jaar (NPER = 30 * 12 = 360 maanden), NHW: 125000 valutaeenheden.

Hoeveel rente moet u in het tweede jaar van de hypotheek (dus van termijn 13 tot en met 24) betalen?

=CUM.HOOFDSOM_ADD(0,0075;360;125000;13;24;0) geeft -11135,23 terug.

Hoe veel rente moet u betalen in de eerste maand?

=CUM.HOOFDSOM_ADD(0,0075;360;125000;1;1;0) geeft -937,50 terug.

CUM.RENTE

Berekent de cumulatieve rentebetalingen, d.w.z. het totale rentebedrag voor een investering op basis van een vast rentepercentage.

Syntaxis

CUM.HOOFDSOM(Koers; NPer; HW; S; E; Type)

Rente is het periodieke rentepercentage.

NPer is de betalingsperiode met het totale aantal perioden. APER kan ook een niet-geheel getal-waarde zijn.

HW is de huidige waarde in de reeks van betalingen.

S is de eerste periode.

E is de laatste periode.

Type is de vervaldatum van de betaling aan het begin of einde van elke periode.

Voorbeeld

Wat zijn de rentebetalingen bij een periodiek rentepercentage van 5,5 %, een periodieke periode van 2 jaar en een actuele contante geldswaarde van 5.000 valutaeenheden? De starttermijn is de 4e en de eindtermijn is de 6e termijn. De periodieke betaling wordt aan het begin van elke termijn voldaan.

=CUM.HOOFDSOM(5,5%/12;24;5000;4;6;1) = -57,54 valutaeenheden. De rentebetalingen voor tussen de 4e en 6e periode zijn 57,54 valutaeenheden.

Terug naar Financiële functies - deel één

Verder naar financiële functies. deel drie

Functions by Category