Warning: This Help page is relevant to LibreOffice up to version 6.0.
For updated Help pages, visit https://help.libreoffice.org.

Functie-assistent

From LibreOffice Help
Jump to: navigation, search

Opent de Functie-assistent die u helpt om interactief functies te maken. Teneinde de positie te bepalen van de formule die ingevoegd zal worden, selecteert u een cel of een cellenbereik voordat u de Functie-assistent start.

Kies Invoegen - Functie

Ctrl+F2

Op de Formulebalk klikt u op

Pictogram
Functie-assistent
Note.png {{{1}}}

De Functie-assistent heeft twee tabbladen: Functies wordt gebruikt om formules te creëren en Structuur om de opbouw van de formule te controleren.

Tabblad Functies

Lijst van categorieën en functies

Categorie

Somt alle categorieën op waaraan de verschillende functies zijn toegewezen. Selecteer een categorie om de toepasselijke functies in het lijstveld eronder te bekijken. Selecteer "Alle" om alle functies in alfabetische volgorde, los van de categorie, te bekijken. "Als laatste gebruikt" somt de functies op die u het meest recent heeft gebruikt.

Functie

Deze lijst geeft de functies weer die bij de geselecteerde categorie behoren. Dubbelklik op een functie om hem te selecteren. Een enkele klik geeft een korte functieomschrijving weer.

Matrix

Door dit keuzevak te markeren zal de functie als een matrixformule in het geselecteerde cellenbereik worden ingevoegd. Elke cel in de matrix bevat de formule, niet als een kopie maar als een gemeenschappelijke formule gedeeld door alle matrixcellen.

De optie Matrix is identiek aan de opdracht Ctrl+Shift+Enter, die wordt gebruikt om formules in het blad in te voeren en te bevestigen. De formule wordt ingevoegd als een matrixformule, hetgeen wordt aangegeven door twee accolades { }.

Note.png De maximumgrootte van een matrixbereik is 128 bij 128 cellen.

Invoervelden voor argumenten

Indien u dubbelklikt op een functie verschijnen aan de rechterzijde van het dialoogvenster de invoervelden voor de argumenten. Klik direct in de cel of sleep, met ingedrukte muisknop, over het gewenste bereik op het blad om een celverwijzing als argument te selecteren. U kunt ook numerieke en andere waarden of verwijzingen direct in de corresponderende velden in het dialoogvenster invoeren. Overtuig u er van dat u, bij het gebruiken van datums, de juiste opmaak gebruikt. Klik op OK om het resultaat in het werkblad in te voegen.

Verkleinen/Maximaliseren

Klik op het pictogram Verkleinen om de grootte van het dialoogvenster aan te passen aan de grootte van het invoerveld. U kunt dan de benodigde verwijzing in het blad gemakkelijker markeren. De pictogrammen worden vervolgens automatisch omgezet naar het pictogram Maximaliseren. Klik op dit pictogram om de oorspronkelijke grootte van het dialoogvenster te herstellen.

Het dialoogvenster wordt automatisch geminimaliseerd als u met de muis in een werkblad klikt. Zodra u de muisknop loslaat, wordt het dialoogvenster hersteld en het referentiebereik, gedefinieerd met de muis, wordt in het document geaccentueerd door een blauw kader.

Pictogram
Verkleinen
Pictogram
Maximaliseren

Tussenresultaat

Zodra u argumenten in de functie invoert, wordt het resultaat berekend. Dit tussenresultaat informeert u of de berekening uitgevoerd kan worden met de opgegeven argumenten. Als het resultaat van de argumenten een fout oplevert wordt de overeenkomstige foutcode weergegeven.

De vereiste argumenten worden aangegeven door vetgedrukte namen.

f(x) (afhankelijk van de geselecteerde functie)

Stelt u in staat om een onderliggend niveau van de Functie-assistent te bereiken om andere functies binnen de functie te nesten, in plaats van een waarde of verwijzing.

Argument/Parameter/Celverwijzing (afhankelijk van de geselecteerde functie)

Het aantal zichtbare tekstvelden is afhankelijk van de functie. Voer argumenten direct in de argumentvelden in of klik op een cel in de tabel.

Resultaat

Geeft het resultaat van de berekening weer of een foutmelding.

Formule

Geeft de gemaakte formule weer. Typ uw items direct in of maak de formule met behulp van de assistent.

Vorige

Verplaatst de focus achteruit door de formulecomponenten, waarbij elke component wordt gemarkeerd.

Tip.png Om een enkele functie te selecteren uit een complexe formule hoeft u alleen op de functie in het formulevenster te dubbelklikken.

Volgende>>

Gebruik deze functie om voorwaarts door de formulecomponenten te gaan in het formulevenster. Deze knop kan verder gebruikt worden om functies aan de formule toe te wijzen. Als u een functie selecteert en klikt op de knop Volgende, verschijnt de selectie in het formulevenster.

Tip.png Dubbelklik op een functie in het selectievenster om deze over te brengen naar het formulevenster.

Annuleren

Klik op deze knop om het dialoogvenster te sluiten zonder de formule in te voegen.

OK

Beëindigt de Functie-assistent en brengt de formule over naar de geselecteerde cellen.

Lijst van categorieën en functies

Tabblad Structuur

Op deze pagina kunt u de structuur van de functie bekijken.

Note.png Als u de Functie-assistent start terwijl de celcursor in een cel staat die al een functie bevat, wordt de tab Structuur geopend en de samenstelling van de huidige formule getoond.

Structuur

De functie wordt hier hiërarchisch weergegeven. U kunt de formules op- of uitvouwen met behulp van het plus- of minteken zodat de argumenten weergegeven of verborgen worden.

Note.png Blauwe stippen duiden aan dat de argumenten correct zijn ingevuld. Rode stippen duiden op verkeerde gegevenstypen. Bijvoorbeeld een functie SOM met tekstargumenten zal in het rood geaccentueerd worden omdat SOM alleen getallen als invoer toestaat.